Biografie Paul Celan

Deze web-biografie over Paul Celan (1920-1970) is geschreven voor een Nederlandstalig publiek van scholieren, studenten en andere belangstellenden. We proberen feiten, ervaringen en meningen met elkaar te verbinden en putten daarbij uit diverse gepubliceerde bronnen (zie literatuurlijst).

Czernowitz begin 1900

Jeugd in de Boekovina (1920-1935)

Paul Celan wordt onder de naam Paul Antschel op 23 november 1920 als zoon van Duitstalige joden geboren in de destijds Roemeense stad Czernowitz (het huidige Tsjernivtsi in de Oekraïne). Het is de hoofdstad van de Boekovina, een landstreek die ook ‘Buchenland’ (‘Beukenland’ met de associatie van ‘Boekenland’ ) wordt genoemd. De Boekovina is een verzamelplaats van allerlei volkeren en culturen, waar mensen leven met hun boeken en verhalen. Er wonen Tsjechen, Polen, Russen, Roemenen, joden, christenen en zigeuners. Door de meertaligheid van zijn omgeving maakt de leergierige Paul zich het Jiddisch, Roemeens, Duits, Russisch, Frans en Hebreeuws op jonge leeftijd eigen. Hij is een vlijtige leerling en leest veel. Later wil hij graag dichter worden en in het voetspoor treden van grote schrijvers als Goethe, Hölderlin, Rilke, Trakl en Kafka.

Pauls ouders – Leo Antschel en Friederike Schrager – zijn Duitstalige joden die hun enige zoon weliswaar joods opvoeden maar hem ook naar goed bekend staande christelijke Duitse scholen sturen. Zij hebben aanvankelijk de Oostenrijkse, later de Roemeense nationaliteit. Ze spreken uitsluitend Duits en richten zich wat cultuur betreft naar de mode van Wenen, ook om hun zoon Paul de best denkbare vorming mee te geven. Op wens van zijn soms strenge vader volgt Paul bij een huisleraar extra lessen Hebreeuws tot aan zijn Bar Mitswa op dertienjarige leeftijd. Aan religieuze plechtigheden neemt hij zelden deel, net als zijn ouders die niet orthodox joods zijn maar de modernere joodse chassidische leer aanhangen. In het Chassidisme ligt de nadruk op een optimistische en activistische levenshouding die wordt gekenmerkt door aandacht voor eten en drinken, dans en gezang.
‘Duits’ en ‘joods’ vormen in Czernowitz geen tegenstelling. Duitstalige Joden maken een zelfs een groot deel van de bevolking uit. De landstreek Boekovina maakt tot 1918 deel uit van het Habsburgse Rijk, waar al eeuwen lang onder andere Duitse kolonisten en Oosterse Joden met elkaar samenleven en Duits en Jiddisch de voertalen onder de joodse bevolking zijn. Er verschijnen dagelijks vijf Duitstalige kranten en Duitstalige literatuur en Jiddische chassidische vertellingen zijn voelbaar aanwezig in de Boekovina: in het theater, in koffiehuizen en boekwinkels. De liefde voor Duitse poëzie heeft Paul van zijn moeder, voor wie hij zijn eerste gedichten schrijft. Op het Gymnasium leert hij de belangrijke werken uit de wereldliteratuur kennen en in een door hemzelf opgerichte boekenkring op school dragen de leden Duitse gedichten en eigen werk voor.

‘Omdat Paul goed stemmen kon imiteren, was hij steeds – natuurlijk ook door zijn knappe uiterlijk – het middelpunt van de groep.”

(Edith Silbermann)

Schoolvrienden als Erich Einhorn, Edith Silbermann en Ruth Lackner herinneren zich Paul Antschel als een serieuze en ambitieuze jongen die bij zwempartijen en feesten weliswaar uitgelaten kon zijn, maar zich ook kon terugtrekken en veel tijd wijdde aan lezen en aan het verzamelen van planten waarvan hij in alle mogelijke talen de namen achterhaalde en noteerde in een schrift. Terugblikkend spreekt ook Paul zelf van een gelukkige jeugd.